Over Poerim

DSC_0105

Poerim (Hebreeuws: פורים), Poeriem of Poerem (Nederlands-Jiddisch/Asjkenazisch) is een joods feest. Het uit de Oudperzische taal afkomstige woord ‘poer’ betekent ‘lot’, reden waarom Poerim ook wel het Lotenfeest wordt genoemd. Het wordt gevierd op 14 adar in de joodse kalender en valt daarmee in het vroege voorjaar. In schrikkeljaren wordt het gevierd op de 14de adar II.[1] In steden die in de tijd van de Tweede Tempel ommuurd waren viert men Poerim een dag later, op 15 adar, het zogeheten Sjoesjan Poerim; heden ten dage is dit enkel in Jeruzalem het geval.

Peorim-Clown-Taart2-e1488554620683

In de Tenach is de inzetting van dit feest terug te vinden in het boek Ester hoofdstuk 9:20-23.

Op dit feest herdenkt men in het jodendom dat op deze dag het lot van het Joodse volk, dat in de vijfde eeuw v.Chr. in ballingschap leefde in het Perzische Rijk, een wending nam en het van uitroeiing werd gered. Dit wordt beschreven in het verhaal van Ester dat in het gelijknamige boek uit de Tenach staat beschreven. Koning Achasjveros (waarvan sommige geleerden zeggen dat het Xerxes was, maar anderen dat het Artaxerxes II is geweest)[1] had de Jodin Ester tot vrouw genomen en daarmee werd zij ook koningin. Haar neef en pleegvader Mordechai was ter ore gekomen dat de Perzische antisemitische hoveling Haman een complot aan het smeden was om de Joden uit te roeien. Haman had daarvoor naar Perzisch gebruik door middel van een lot bepaald op welke dag hij dit wilde doen. Mordechai deelde dit aan Ester mee en dankzij haar hoge positie wist zij dit aan haar gemaal de Perzische koning over te brengen zodat er op tijd tegenmaatregelen konden worden genomen. Het resultaat was dat Haman met zijn zoons en verdere trawanten zelf ter dood werd gebracht en deze potentiële doemdag voor de Joden veranderde in een feestdag.

DSC_2819